Labels voor gevaarlijke stoffen op container en ton

Gevaarlijke stoffen verpakken in 4 stappen

13  min. leestijd 02 oktober 2026

Verzend je gevaarlijke stoffen? Dan vraagt elke logistieke schakel extra aandacht. Verpakking, etikettering en regelgeving bepalen daarbij of je zending veilig én conform vertrekt. In dit 4 stappenplan lees je hoe je de UN-doos, de meest gebruikte verpakking voor gevaarlijke goederen, correct inzet.

Belangrijkste inzichten
  • UN-dozen zijn een gecertificeerde oplossing voor de meeste gevaarlijke stoffen.
  • De juiste binnenverpakking verkleint het risico op lekkages.
  • Vermiculiet absorbeert vloeistoffen en beperkt de impact van lekkages.
  • Kruisgewijs versterkte tape garandeert een veilige sluiting.
  • Label met de voorgeschreven gevarenetiketten en UN-nummers.
  • Controleer de voorschriften voor het verpakken, opslaan, verzenden en vervoeren.

Stap 1: Verpak gevaarlijke stoffen in de juiste buitenverpakking

Gevaarlijke stoffen brengen risico’s mee voor gezondheid, veiligheid en milieu. Nationale en internationale regelgevingen leggen daarom strikte eisen op. Met de juiste verpakkingsmaterialen en -methodes bescherm je je lading in alle omstandigheden én blijf je conform.

► Verpakkingsgroepen I, II en III

Alles begint bij de stof die je verzendt. Die bepaalt welke UN-gekeurde buitenverpakking je nodig hebt: verpakkingen die getest en goedgekeurd zijn voor hun specifieke toepassing. Elke UN-keuring valt in één van 3 verpakkingsgroepen*. Groep I dekt de hoogste risico’s, groep III de laagste.

*Niet elke gevaarlijke stof krijgt een verpakkingsgroep: gassen, explosieve, infectieuze en radioactieve stoffen vallen buiten dit systeem.

Deze 3 verpakkingsgroepen sturen de internationale transportregels en bepalen dus welk type verpakking je nodig hebt. Het keuringskenmerk op de doos toont met één letter voor welke groep ze is goedgekeurd:

  • X voor stoffen van de verpakkingsgroepen I, II en III.
  • Y voor stoffen van de verpakkingsgroepen II en III.
  • Z voor stoffen van de verpakkingsgroep III.

UN gevarendoos met rode pijl naar un-keurmerk

► Verpakken met UN4GV-dozen

Een concreet voorbeeld: de UN4GV-gevarendoos. Deze sterke buitenverpakking vervoert gevaarlijke stoffen tot een vastgelegd maximumgewicht. Anders dan bij een UN4G-doos kies je je binnenverpakking vrij, zolang die binnen de regelgeving past. Zo dek je met één gecertificeerde doos uiteenlopende gevaarlijke goederen.

  • UN: United Nations.
  • 4: codenummer voor doos of kist.
  • G: codeletter voor golfkarton of vezelplaat.
  • V: variation (flexibiliteit voor binnenverpakkingen).

De afmetingen van een UN-doos sluiten perfect aan op een europallet, wat stapelen en transporteren vereenvoudigt. Draagt de doos een UN-keurmerk, dan is ze geschikt voor de verpakkingsgroep(en) waarvoor ze werd getest en gecertificeerd. Je combineert dus wettelijke zekerheid met ruimte om je verpakking af te stemmen op je product. Bij RAJAPACK kies je uit 2 varianten:

UN-doos van dubbelgolfkarton

4 bruine dubbelgolf UN-dozen gevuld met flessen

UN-doos van driedubbelgolfkarton

Bruine driedubbelgolf UN-doos met 8 plastic flessen in vermiculiet

  • Voor zware producten.
  • Inclusief plastic zak met zijvouwen: 50 micron.
  • Eenmalig gebruik.
  • Verschillende formaten.
  • Voor zeer zware producten.
  • Inclusief plastic zak met zijvouwen: 50 of 120 micron*.
  • Eenmalig gebruik.
  • Verschillende formaten.

*UN-doos DAP200B

De bijbehorende technische documentatie bevat alles voor een conform gebruik van de verpakking. Download ze rechtstreeks vanop de webshop of scan de QR-code op de doos.

► Gevarendozen testen en bestellen

Bij RAJAPACK vind je officieel goedgekeurde UN4GV-dozen voor gevaarlijke stoffen en voorwerpen. Deze verpakkingen voldoen aan de UN-vereisten voor verpakkingsgroepen I, II en III en zijn geschikt voor wereldwijd transport. Elke UN 4GV-doos wordt geleverd met duidelijke gebruiksinstructies, beschikbaar via onze webshop of via de QR-code op de verpakking. Daarin vind je informatie over:

  • de toegelaten stoffen en voorwerpen,
  • geschikte binnenverpakkingen,
  • maximale hoeveelheden,
  • vereiste opvul- en absorptiematerialen,
  • de correcte sluitingsmethode.
Afwijkende verpakking? RAJAPACK helpt met testen en certificeren.

De standaardcertificering is gebaseerd op vooraf geteste combinaties van binnenverpakkingen, hoeveelheden en absorptiematerialen. Werk je met een andere binnenverpakking, een specifiek absorptiemateriaal of een afwijkende verpakkingsconfiguratie? Dan organiseren we een aanvullende verpakkingstest en certificatie op basis van onze UN 4GV-dozen.

Zo beschik je over een certificering die aansluit bij jouw werkelijke verpakkingswijze en krijg je meer vrijheid in de keuze van binnenverpakkingen en absorptiematerialen. Na ontvangst van je gegevens en teststalen evalueren onze specialisten de verpakking en ontvang je het testrapport binnen 48 uur. Neem contact op met onze specialisten voor meer informatie of vragen over het verpakken van gevaarlijke stoffen.

Meer veiligheid

Stap 2: Verpak gevaarlijke stoffen met de juiste binnenverpakking

Bij bijtende, giftige of brandbare stoffen telt elke laag van je verpakking. Een gereglementeerde binnenverpakking, aangevuld met absorberend en schokwerend opvulmateriaal, maakt het verschil tussen een veilig en een risicovol transport.

► Sterke plastic zak als binnenverpakking

Verpak je gevaarlijke producten eerst in een sterke plastic zak (minstens 50 micron), dan verzend je veilig en conform de voorschriften. Plastic zakken met een hoge dichtheid (zoals HDPE) bieden sterke bescherming tegen scheuren en perforaties. Lekt het product toch, dan voorkomt de sterke plastic zak contact met de buitenverpakking. Deze zakken bevatten zijvouwen voor extra volume en je sluit ze hermetisch af door ze dicht te lassen of toe te kleven.

Grijze stoel en bruine doos verpakt in 2 sterke plastic zakken

► Vermiculiet als opvulmateriaal

Vul daarna de vrije ruimte in de zak en in de doos op met een absorberend opvulmateriaal zoals vermiculiet. Deze lichte korrels vangen een lekkage meteen op en absorberen tot vijfmaal hun eigen gewicht aan vocht. Vermiculiet is bovendien asbestvrij, chemisch inert en niet brandbaar.

witte zak gevuld met vermiculiet

Stap 3: Sluit je gevarendoos veilig af

Vervolgens sluit je de UN-doos af met een versterkte verpakkingstape. Gebruik hiervoor een kruisgewijs versterkte tape van minimaal 110 micron en een breedte van 50 of 75 mm, afhankelijk van de voorschriften van de gebruikte verpakking. De sterke glasvezeldraden in zowel de lengte als de breedte maken deze tape vrijwel onscheurbaar. Daarnaast zorgt de hoge kleefkracht op karton voor een betrouwbare en waterbestendige sluiting. Zo blijft de kans minimaal dat de UN4GV-doos tijdens transport openscheurt. Afhankelijk van de doos (zoals bij DAP200B), gebruik je een tape van minstens 140 micron en eindig je met een dubbele omsnoering in de lengte én breedte.

3 transparante rollen kruisgewijs versterkte tape

Stap 4: Label je doos met gevarenetiketten

Naast fysieke bescherming vraagt je zending een correcte etikettering. De labels tonen wat er in de doos zit en welke voorzorgen nodig zijn. Omdat de lijst met gevaarlijke stoffen enorm uitgebreid is, bracht men ze onder in 9 gevarenklassen met bijbehorende UN-nummers.

► Gevarenklassen voor gevaarlijke stoffen

Ontvlambaar, explosief, toxisch, radioactief, corrosief: ‘gevaarlijke stoffen’ dekt een brede lading. Op basis van hun chemische en fysieke eigenschappen horen ze in één van de 9 gevarenklassen thuis. Zo valt benzine onder klasse 3 en zoutzuur onder klasse 8. Het klassenummer verschijnt samen met een erkend symbool op de gevarenetiketten, zodat inhoud meteen duidelijk is. Deze indeling komt uit de Model Regulations van de Verenigde Naties en geldt wereldwijd.

GevarenklasseBeschrijving
Klasse 1: explosieve stoffen en voorwerpen

6 oranje gevarenetiketten voor explosieve stoffen

Stoffen die kunnen exploderen door vuur, schokken of wrijving. Bevat 6 subklassen:

  • 1.1 Massa-explosiegevaar
  • 1.2 Scherfwerking, geen massa-explosie
  • 1.3 Brandgevaar met beperkte scherf- en drukwerking
  • 1.4 Beperkt ontploffingsgevaar
  • 1.5 Zeer ongevoelig, massa-explosie mogelijk
  • 1.6 Uiterst ongevoelig, minimaal ontploffingsgevaar

Voorbeeld: vuurwerk, munitie

Klasse 2: gassen

Rood, wit en groen gevarenetiket klasse 2

Gassen zijn onderverdeeld in 3 subklassen:

• 2.1 brandbaar
• 2.2 niet-brandbaar en/of niet-giftig
• 2.3 giftig

Voorbeeld: waterstof, stikstof, ammoniak

Klasse 3: brandbare vloeistoffen

Rood ruitvormig gevarenetiket voor klasse 3

Vloeistoffen die makkelijk vlam vatten door blootstelling aan een ontstekingsbron.

Voorbeeld: benzine

Klasse 4: brandbare vaste stoffen

Rood-wit gestreept, rood-wit en blauw gevarenetiket klasse 4

Ontvlambare vaste materialen zijn onderverdeeld in 3 subklassen:

• 4.1 door wrijving ontvlambaar
• 4.2 voor zelfontbranding vatbaar
• 4.3 stoffen die gas ontwikkelen door contact met water

Voorbeeld: zwavel, witte fosfor, calciumcarbide

Klasse 5: oxiderende stoffen en organische peroxiden

Gele en rode gevarenetiketten voor klasse 5

Klasse 5 is als volgt onderverdeeld:

• 5.1 oxiderende stoffen: stoffen die zuurstof afgeven, waarbij de verbranding van andere stoffen wordt gestimuleerd of veroorzaakt.
• 5.2 organische peroxiden: thermisch instabiele stoffen die kunnen ontbinden bij normale of verhoogde temperaturen.

Voorbeeld: waterstofperoxide, benzoylperoxide

Klasse 6: giftige en infectieuze stoffen

2 witte gevarenetiketten met schedel en radioactief logo klasse 6

Klasse 6 kent ook een onderverdeling:

• 6.1 giftige stoffen: vloeibare of vaste stoffen die ernstige gezondheidsschade of de dood kunnen veroorzaken.
• 6.2 infectieuze stoffen: stoffen die hoogstwaarschijnlijk ziekteverwekkers bevatten.

Voorbeeld: pesticiden, medisch afval

Klasse 7: radioactieve stoffen

Wit-geel gevarenetiket voor radioactieve stoffen

Materialen die zelf radioactief zijn of radioactieve componenten bevatten. 4 soorten straling: alfa, bèta, gamma en neutronen.

Voorbeeld: uraniumerts

Klasse 8: bijtende stoffen

Wit-zwart ruitvormig gevarenetiket met proefbuis symbool voor klasse 8

Chemicaliën die materialen of levend weefsel kunnen vernietigen bij contact. Omvat corrosieve stoffen, zuren en basen.

Voorbeeld: zoutzuur

Klasse 9: diverse gevaarlijke stoffen en voorwerpen

Wit-zwart gestreept gevarenetiket voor klasse 9

Gevaarlijke goederen die niet thuishoren in de andere klassen.

Voorbeeld: lithiumbatterij

► UN-nummers voor gevaarlijke stoffen

Waar de gevarenklasse het type risico aangeeft, benoemt een UN-nummer de stof zelf. De ‘UN’ staat voor United Nations en de 4 cijfers vormen een unieke code voor wat er precies in je verpakking zit. Zo herken je zwart buskruit in korrel- of poedervorm aan UN 0027. Deze codenummers gelden internationaal en zijn in de meeste landen verplicht bij het transport van gevaarlijke goederen. Ze staan altijd duidelijk leesbaar op het etiket van een collo. Bij RAJAPACK vind je kant-en-klare etiketten met UN-nummer voor lithiumbatterijen:

  • UN 3090 voor losse lithium-metaalbatterijen.
  • UN 3091 voor batterijen die in of bij een toestel zitten.

Gevarenetiket voor ontvlambare lithiumbatterijen UN 3090Gevarenetiket voor ontvlambare lithiumbatterijen UN 3091

► Regelgevingen voor gevaarlijke goederen

Voor elke transportmethode gelden andere voorschriften voor het verpakken, etiketteren en vervoeren van gevaarlijke goederen. Hieronder vind je de belangrijkste regelgevingen per vervoerswijze.

Wegvervoer: wat regelt het ADR?
Het ADR* bundelt de voorschriften voor het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg. Omdat het verdrag in 55 landen geldt, vormt het de belangrijkste basis voor internationaal wegvervoer. De regels worden om de 2 jaar bijgewerkt: ADR 2025 is van kracht sinds 1 januari 2025 en verplicht sinds 1 juli 2025.

*Accord européen relatif au transport international des marchandises Dangereuses par Route

Spoorvervoer: wat regelt het RID?
Voor spoorvervoer geldt het RID*. Daarin staan de voorschriften voor onder meer de classificatie, verpakking, etikettering en vervoersdocumenten van gevaarlijke goederen. Die regels sluiten nauw aan op het ADR. Een correct verpakt collo kan daardoor doorgaans zonder herverpakking van de weg naar het spoor. Net als het ADR wordt het RID om de twee jaar bijgewerkt; de editie 2025 geldt sinds 1 januari 2025.

*Règlement concernant le transport International ferroviaire des marchandises Dangereuses

Binnenvaart: wat regelt het ADN?
Voor het vervoer van gevaarlijke goederen over de binnenwateren geldt het ADN*. Die regelgeving is vooral belangrijk in de Benelux, waar containers vaak per binnenschip naar een zeehaven reizen. Omdat het ADN dezelfde UN-nummers en gevarenklassen gebruikt als het ADR en het RID, sluiten de verschillende vervoerswijzen goed op elkaar aan. Een collo dat correct volgens het ADR is verpakt en geëtiketteerd, kan daardoor doorgaans zonder herverpakking verder per binnenschip. De editie 2025 geldt sinds 1 januari 2025.

*Accord européen relatif au transport international des marchandises Dangereuses par voies de Navigation intérieures

Zeevervoer: wat regelt de IMDG Code?
Voor vervoer over zee vormt de IMDG Code* de internationale standaard. De regelgeving wordt om de twee jaar herzien, zodat de voorschriften blijven aansluiten op nieuwe stoffen, risico’s en vervoerspraktijken. Sinds 1 januari 2026 is de 2024 Edition (amendement 42-24) verplicht. Met die nieuwe editie veranderden onder meer enkele UN-nummers, definities en verpakkingsinstructies. Controleer daarom vóór verzending of je werkwijze nog overeenkomt met de actuele technische fiche van je verpakking.

*International Maritime Dangerous Goods Code

Luchtvracht: wat regelen ICAO en IATA?
Bij luchtvracht vullen twee regelgevingen elkaar aan. De ICAO Technical Instructions* (Doc 9284) vormen de wettelijke basis; momenteel geldt de editie 2025-2026. De IATA Dangerous Goods Regulations** vertalen die basis naar praktische voorschriften voor luchtvaartmaatschappijen en worden jaarlijks bijgewerkt. In 2026 geldt de 67e editie. Omdat ruim 200 luchtvaartmaatschappijen ermee werken, is vooral de IATA DGR bepalend bij de beoordeling van je zending.

Belangrijk: luchtvracht kent strengere voorwaarden dan wegvervoer. Zo kun je de soepelere regeling voor gelimiteerde hoeveelheden niet zomaar toepassen in een vliegtuig. Een verpakking die over de weg is toegestaan, is daarom niet automatisch geschikt voor luchtvracht.

* International Civil Aviation Organization
** International Air Transport Association

Etikettering en classificatie: wat regelen CLP en GHS?
Waar de bovenstaande regels vooral het transport regelen, richten CLP en GHS* zich op chemicaliën die je op de markt brengt. Ze bepalen hoe je die stoffen indeelt, etiketteert en verpakt. Daarom verschillen de ruitvormige CLP-pictogrammen op een fles van de ADR-gevarenetiketten op een transportverpakking. In veel situaties heb je beiden nodig, elk volgens hun eigen voorschriften. Het GHS vormt daarbij het wereldwijde systeem van de Verenigde Naties; de CLP-verordening past dat systeem toe binnen de Europese Unie.

*Classification, Labelling and Packaging & Globally Harmonised System

► Vrijstellingen voor kleine en uitgezonderde hoeveelheden

Niet elke verzending met gevaarlijke stoffen valt onder het volledige ADR. Blijf je onder bepaalde hoeveelheden, dan gelden er soepelere regels voor je etikettering en administratie. Deze vragen komen daarbij het vaakst terug.

Wanneer kom ik in aanmerking voor een vrijstelling?
Dat hangt volledig af van de stof die je verstuurt. Het ADR kent 2 regelingen: gelimiteerde hoeveelheden (LQ) voor de klassieke retaildistributie, en uitgezonderde hoeveelheden (EQ) voor nog kleinere volumes zoals labostalen. Per UN-nummer legt het ADR vast hoeveel je maximaal per binnenverpakking mag verzenden.

Voor sommige stoffen staat die grens op nul: dan is de vrijstelling gewoon niet beschikbaar. Raadpleeg het ADR 2025 voor meer informatie.

Wat levert een LQ-verzending mij op?
Je collo draagt het zwart-witte LQ-ruitetiket in plaats van de klassieke gevarenetiketten. Je hebt geen ADR-gecertificeerde chauffeur nodig en de gevaarlijkestoffenomschrijving hoeft niet op de vrachtbrief te staan. Veel verladers vermelden ze toch, met (LQ) erachter. Minder administratie en meer keuze in vervoerders, zonder dat je inboet op veiligheid.
Geldt de vrijstelling voor elk transport?
Nee. De vrijstelling geldt voor vervoer over de weg, het spoor en de zee. Voor luchtvracht blijven de strengere IATA-regels overeind. En één voorwaarde verandert nooit, hoe klein je hoeveelheid ook is: je binnen- en buitenverpakking moeten zo stevig zijn dat er onderweg niets lekt.
Disclaimer: dit blogartikel geeft algemene informatie over het verpakken en verzenden van gevaarlijke stoffen en vormt geen juridisch advies. De regelgevingen voor gevaarlijke stoffen wijzigen regelmatig. De actuele wettekst en de technische fiche van je verpakking blijven altijd doorslaggevend. Twijfel je over de classificatie of de verzendwijze van jouw product? De specialisten van RAJAPACK helpen je verder.

Over de auteur

Arne Leën: Met een scherp oog voor SEO en een vlotte pen, brengt Arne het verhaal van RAJAPACK's assortiment en vertelt hij over de laatste trends in verpakkingen, logistiek en zoveel meer.

Verwante Producten

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *





 

Populaire onderwerpen